Ida Brottmann Hansens zoektocht naar beeld en identiteit

Moet een kunstenaar aanwezig zijn bij de tentoonstelling van zijn werk? Deze vraag dringt zich op bij mijn bezoek aan de presentatie van Ida Brottmann Hansen op de Graduation show van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam, waar ze haar studie aan de opleiding Fine Arts afsluit. De opstelling van haar werk bestrijkt meerdere ruimtes en bestaat uit schilderijen, foto’s en een permanente performance door een zestal jonge meisjes. Ergens halverwege deze opstelling zit een jonge vrouw die de bezoeker vriendelijk toeknikt en daarmee de idee wekt de kunstenaar zelf te zijn. Dat is ze echter niet, ze vertegenwoordigt haar. Ida Brottmann Hansen heeft ervoor gekozen om haar werk niet zelf toe te lichten, ze laat dit over aan een kennis.

Nu is deze aanpak niet helemaal nieuw. Bij de solotentoonstelling van Maurizio Cattelan in het Guggenheim in New York in 2011 koos de kunstenaar ervoor om dubbelgangers in te zetten om zijn werk toe te lichten. Hiermee wekt de kunstenaar de indruk een uitleg uit de tweede hand te prefereren boven ‘the real thing’ en doet daarmee ook een ferme uitspraak over kunstenaarschap, authenticiteit en – eveneens – de uniciteit van een kunstkritiek.

Wat krijgt de kijker te zien in de opstelling van Ida Brottmann Hansen?

Als eerste een realistisch geschilderd portret van de slapende kunstenaar. Het portret is gemaakt in een fotorealistische stijl. De uitleg van de plaatsvervangende kunstenaar leert ons dat dit schilderij niet door de kunstenaar zelf is gemaakt, maar een reproductie is  in olieverf van een kleurenfoto. Dit heeft Ida Brottmann Hansen laten doen in China. Op een ambachtelijk perfecte manier is de foto vergroot overgezet op doek. Bovendien is de foto niet door de kunstenaar zelf gemaakt, maar door Brottmanns vriend. Wie is hier dus de echte kunstenaar?

Laten we eerst even verder lopen. In een aangrenzende ruimte liggen pastelkleurige ballonnen op de vloer en klinkt uit luidsprekers discomuziek uit de jaren tachtig. Whitney Houston maakt ons duidelijk dat ze wil dansen. Op bankjes tegen de muur zitten zes jonge meisjes in feestelijk uitgaanstenue verveeld voor zich uit te kijken. Hun blik is verloren in een staar en het is niet mogelijk om oogcontact te krijgen. Hun hele outfit is perfect, van de gelakte nagels tot hun restylede kapsels en tattoos. Maar hun ongenaakbaarheid is dat ook. Dit zijn geen muurbloempjes, dit zijn vamps, gekleed voor de jacht. Hun aankleding is een harnas dat de wereld buiten wil houden.

Dit beeld roept herinneringen op aan de video’s van Rineke Dijkstra die momenteel in De Pont in Tilburg te zien zijn waarop jonge mensen in uitgaanstenue met naveltruitje en handtasje staan te dansen. Op uitnodiging van de fotografe tonen ze hun dansvaardigheden. Dat roept een zeker gevoel op van vertedering: zo dichtbij, zo kwetsbaar is alles nog.

Bij de performance van Ida Brottmann Hansen is van vertedering geen sprake, hier heerst pure gêne. Gêne om dit leefgebied binnen te treden en te merken dat contact niet gewenst is. De meisjes mogen van de kunstenares niet dansen en niet spreken. Wat rest is de in zichzelf gekeerde verveelde en boze blik.

Om de hoek van de dansvloer hangt een reproductie van het meisje met de parel van Johannes Vermeer. Keurig verpakt in plastic, gekocht bij de Kwantum. Daarnaast hangt een foto van de kunstenaar als veertienjarig meisje. Dat weten we van de vertegenwoordiger van de kunstenaar. Maar ook zonder deze toevoeging zien we de overeenkomst tussen de ‘Vermeer’, deze foto en de meisjes in de danszaal. Alle onderdelen gaan over identiteit en beeldvorming. Ook ‘Vermeers’ portret is een registratie van een meisje, we zouden dat door de iconische werking van het schilderij bijna vergeten. Ida Brottmann Hansen neemt ons mee in de zoektocht naar beeld en imago. Het beeld van de slapende kunstenaar is een intiem beeld dat door de reproductie verandert in de algemene beeldvorming. We weten niet wat de vriend bezielde om deze foto van haar te maken. Door de foto vervolgens te laten schilderen, plaatst de kunstenaar het werk in een algemeen kader van waarden. Als kunstwerk is het ontdaan van de persoonlijke anekdotiek en wordt het algemeen bezit. Dat het werk bovendien is uitbesteed aan ambachtslieden aan de andere kant van wereld, geeft het nog een extra dimensie. Waar is Ida Brottmann Hansen gebleven? De reden dat ze niet ter plekke haar eigen werk komt toelichten, past in ditzelfde onderzoek. Moet de kunstenaar dit zelf doen? En waarom dan? Aan welk beeld moet een kunstenaar voldoen?

Ik merk dat Brottmann Hansens afwezigheid me intrigeert. Die afwezigheid geeft bovendien een sterke gelaagdheid aan het werk. In de verbeelding van deze portretten van jonge vrouwen is de afwezigheid van de kunstenaar een juiste toevoeging. Zoals je in China een foto op doek kunt laten overschilderen door een anonieme maker, zo kun je je als autonoom kunstenaar laten vertegenwoordigen door een plaatsvervanger. Ik ben blij met de toelichting van Brottmann Hansens vervanger, maar nog meer door het inzicht dat de afwezigheid van Ida Brottmann Hansen essentieel is om dit werk te laten slagen.

IMG_1597 IMG_1596 (1)