Mindfulness is geen vrijetijdsbesteding

Hoogleraar Arne Speckens reageert in de NRC van zaterdag 9 januari op hoogleraar ethiek Paul van Tongeren van de Radboud Universiteit over mindfulnes. Van Tongeren beweert dat je i.p.v. mindfulness ernaast beter andere dingen daadwerkelijk kunt doen aan zelfverbetering.

Het is een grote misvatting dat mindfulness iets ernaast is. Het wezen van mindfulness is juist de verandering van paradigma. In plaats van je denken het voortouw te geven, sta je jezelf toe om daadwerkelijk voelend in de werkelijkheid te staan. Dit is geen passieve oefening die je in de vrije tijd doet, maar een manier van zijn die je juist de hele dag kunt toepassen. Mindful werken is geen inefficiënte vrijetijdsbesteding, maar een manier om te focussen op het handelen. En dat is heilzaam.

Het misverstand dat je óf echt werkt, óf mindful bent slaat de plank volkomen mis. Jammer dat de beeldvorming vaak basis is van de meningsvorming. Ook hier is daadwerkelijk de werking van mindfulness voelen een betere optie.

Gratis proeflessen te volgen in het SiSucentrum. Ook hoogleraren welkom.

Mindful in het Museum zondag 10 januari 2016

Op zondag 13 december was er weer een workshop Mindful in het Museum in museum Boijmans van Beuningen aan het Museumpark in Rotterdam.

Beeldende kunst  laveert in het schemergebied van het zien. In de workshop proberen we van kijken naar zien naar gewaarzijn te bewegen.

Meestal houden we ons in een museum bezig met het object van het kunstwerk. Hoe oud is het, in welke stijl gemaakt, wie is de kunstenaar? Een gemiddelde museumbezoeker besteedt slechts 7 seconden aan het bekijken van een werk (waarvan het grootste deel van de tijd aan het lezen van het bijschrift). We nemen in de regel alleen maar waar en stellen de kunstenaar centraal. We herkennen misschien meer dan dat we echt zien.

Bij Mindful in het Museum staat de beschouwer centraal. Je open je voor het kunstwerk, maar blijft contact houden met wat er bij jou gebeurt. En dat heeft te maken met het lichamelijke gewaarzijn. Wat merk je in het lichaam. Welke lichamelijke sensaties treden op bij het beschouwen van het werk? Hierdoor blijf je in het ‘nu’ en schuiven mentale details op de achtergrond.

Door Mindful in het Museum treed je een totaal nieuwe manier van waarnemen binnen. Kunst gaat op een nieuwe manier leven en biedt je inzicht in jezelf. Je gaat geen kunst zien, je gaat kunst voelen.

Inschrijving voor de volgende workshop op 10 januari via museum Boijmans: http://www.boijmans.nl/nl/7/kalender/calendaritem/1841/mindful-in-museum-boijmans-van-beuningen        

Biënnale van Venetië

Het leek wel of Venetië spijt wilde betuigen voor het noodweer van gisteren. De zon stond  te stralen en zorgde voor een oogverblindend effect  boven de lagune. Vandaag bezocht ik de Giardini, het park dat al sinds 1885 onderdak biedt aan de landenpaviljoens. Ook waren er nu weer veel mensen op de been. Het was de laatste dag van de Biënnale. Hierna sluiten ze voor anderhalf jaar.


De Biënnale wordt met veel spektakel omgeven. Des te opmerkelijker is het dat dat niet de tendens is bij de uitvoerende kunstenaars. Het Nederlandse paviljoen biedt onderdak aan herman de vries die het kleine tot kunst verheft. Hij lijst gedroogde rietpluimen in en schrijft met verkoold hout op de muur: 'always to be to be to be.' Het 'zijn' als thema, als dat geen mindfulness is.


De bezoekers drommen binnen om zich te vergapen aan een cirkel van rozenknoppen of de vries' verzameling zeizen. Geen spektakel, alleen maar zijn.


Deze verzamelwoede van het kleine kwam ik vaak tegen op de Biënnale. Ook in woorden. Joana Hadjithomas en Khalil Joreige houden kleine observaties bij in een dagboek. Zo klein dat ze weer gaan leven als je het voorstellingsvermogen aan het werk zet. Een oogopslag van een voorbijganger, het geluid van een bel in de verte. Ze zetten de zintuigen weer aan. Op een tafel ligt een vuistdik boek met deze observaties waarvan je de bladzijden mag opensnijden. De wand is gevuld met tientalle zelfde boeken met daaronder de datum van notities. Een monnikenwerk of liever gezegd sisyphusarbeid. Want houden de observaties ooit op? In de aula midden in de Giardini lezen acteurs de notities voor en snijdt een van hen telkens de bladzijden open. Het geluid van het snijden en de voorgelezen notities worden akoestisch versterkt en door camera's opgenomen. Kleine observaties, genoteerd, voorgelezen en weer geregistreerd. Onwillekeurig roept dat bij mij de vraag op: ' Wat neem ik waar?'


Op een andere plek wordt het woord juist weer overvloedig. Omdat een onderliggend thema van deze Biënnale het boek 'Das Kapital' van Markx is (dat overigens ook integraal wordt voorgelezen), zie ik veel werken die zich verhouden met dit socialistisch beginsel. Op twee schermen toont Isaac Julien een college en discussie over het thema 'kapitalisme en kunst'. Het geluid van de registratie verwisselt steeds van luidspreker en sommige woorden worden in letters in het beeld geprojecteerd. Het gaat aan de ene kant over kapitalistische termen als rente en investeren tegenover woorden als emotie en integriteit. Een heel interessante discussie die ik zeker terug zou willen horen, want het werk hing in een trappenhal waar hele drommen bezoekers zo'n lawaai maakten dat ik veel niet kon verstaan. Woorden vervliegen in de herrie. Evenals in de video op drie schermen van Alexander Kluge waarin zoveel taal en beeld door elkaar wordt getoond dat het geheel zo verwarrend wordt dat het lachwekkend is. Een citaat bleef me bij: 'Hij gebruikt zoveel informatie als een walvis die plankton zeeft door de baleinen. Alles wat blijft hangen is bruikbaar.' Zo keek ik ook naar dit werk.





Voor het paviljoen van Urugay stond een rij wachtenden. Nieuwsgierig sloot ik aan om bij binnenkomst een ogenschijnlijk lege ruimte te zien. Bij nader onderzoek zag ik minuscuul kleine strookjes zeer precies uitgesneden papier die op de muur geplakt een oneindig labyrint van verdichting vormen als de plattegrond van een stad. Soms dicht op elkaar, dan weer verspreid. Pas als je met je neus op de muur keek, kon je het wonder ontdekken. Een werk van Marco Maggi dat je net zo verbijsterd achterlaat als de foto's van Andreas Gursky van mensenmassa's in Aziatische sweatshops of handelaren op de beursvloer.





'Das Problem ist nicht sich von unseren Illusionen zu befreien. Das Problem ist sich von Situationen zu befreien die Illusionen erforderen.'


En dan zijn we toch weer terug in de actualiteit. Misschien liggen de antwoorden niet meer in grote woorden, maar in het waarnemen van het kleine.

Biënnale van Venetië

Biënnale van Venetië All the world's Futures





Kun je de actualiteit buiten beschouwing laten als je naar kunst kijkt? Ik kon het in elk geval niet toen ik in Venetië de Arsenale betrad. De Biënnale, die eens in de twee jaar gehouden wordt en dit jaar voor de 56e keer, heeft locaties over de hele stad, maar speelt zich grotendeels of in de Giardini en in de oude scheepswerf, de Arsenale. Vandaag begon ik mijn bezoek aan de Biennale in deze Arsenale.


In een duistere ruimte flikkeren de neonletters van Bruce Naumann op. En of je nou links of rechts begint, er staat toch echt 'war'. En dan is de link al snel gelegd met de oorlog tegen IS, de oorlog tegen moslimextremisme. Zeker als de zaal verder bedekt is met bundels kapmessen van Adel Abdessened. Ook al noemt hij ze 'Nymphea', bij mij riep het eerder dood en verderf op dan de wonderschone waterlelies die ik van Monet ken. Naumann blijft stoïcijns zijn woordenbrei in kleurrijke letters over me uitstralen. Ook het 'eat' gevolgd door 'death' is erbij. Een werk dat in de oude kantine van het Stedelijk in Amsterdam mijn eetlust altijd temperde. Alle menselijke thema's komen langs. Eigenlijk was alles hiermee al gezegd.


Het werk ' also sprach Allah' van dezelfde Abdessened, riep meer vragen op dan dat het antwoorden gaf, ook al moet de kunstenaar deze zin ongemakkelijk op een Oosters tapijt aan het plafond schrijven terwijl hij door vrienden jenonast wordt. Is dit ironie of is het een verpakte fundamentalistische boodschap? Islam en westerse moderne kunst is geen gemakkelijk duo.


Dreiging blijft me omringen. Het is geweld en duisternis. Pas als Katharina Grosse haar kleuren als een soort corridor over me heeft uitgespreid, kan er wat meer lucht komen.


Lili Reynaud Dewar heeft een ruimte ingericht als een ode aan de lichamelijke liefde. Op monitoren zie je de kunstenares door eindeloze bibliotheken dansen in haar blootje terwijl ze bezwerende beweging maakt. Op de achtergrond worden de teksten gezongen die ook op banieren en lichtkranten te lezen zijn. 'Small bad blood opera' heet het werk. En hoewel het de aidsepidemie als thema heeft, is het toch een hoopvol werk. Het is een ode aan de liefde en de kwetsbaarheid.





En dan ben ik pas een half uur binnen! Voor iemand die workshops mindful in het museum geeft ben ik helemaal fout bezig. In een stroom van hongerige kunstliefhebbers loop ik van sfeer naar emotie en van ontreddering naar minimalisme. De stroom houdt niet op. Met mij lijken de duizenden bezoekers als besmet met de begeerte om het allemaal te willen ondergaan. En dat onder de meest erbarmelijke omstandigheden. De wind komt af en toe gierend binnen, oversteken van het ene naar het andere gebouw moet door hevige regenbuien en de rijen voor een kop koffie zijn tientallen meters lang. Waarom doe ik dit? Omdat ik bereid ben om geraakt te worden. Ik stel me open op om van het gewone iets bijzonders te maken en het bijzondere gewoon. Ik sta toe dat mijn fundamentele aannames tegen een nieuw licht gehouden worden. En dat ik daarin geraakt wordt in het contact met een ander artistiek mens.


En dat gebeurt ook. Ik zal enkele werken beschrijven uit een bezoek dat van 11 tot 6 uur heeft geduurd.





De Zweedse Petra Bauer toont in ' Morning breeze' een reeks oude foto's van vrouwenorganisatie uit het begin van de 20e eeuw. Vakbonden, beroepsorganisaties etc. De rij gaat maar door. In de stijve wijze van poseren tonen de vrouwen hun krachtig geloof in het goede. Op kleine tafels projecteert Bauer affiches van die organisaties die oproepen voor meetings en spreekbeurten met teksten als: 'Laat niets je afhouden te komen.' Hoewel de gebeurtenissen van de verdere eeuw het idealisme niet helemaal ondersteund hebben, stemt dit kunstwerk mij wel hoopvol. Deze vrouwenkracht is niet weg. De vonk gloeit nog.





Hiwa K, een Iraakse kunstenaar toont in zijn video 'The bell' op een monitor een metaalopkoper die munitie uit de oorlog omsmelt en tot metaalbroodjes maakt, die op het andere scherm gebruikt worden voor het gieten van een grote klok die ook voor de schermen staat opgesteld.


Wapentuig wordt gerecycled, het is niet te geloven. Met gevaar voor eigen leven verwijderen mensen op schroothopen het kruit uit blindgangers. Ook deze cirkel is rond. Dit metaal wordt weer omgesmolten voor 'ploegscharen', in dit geval dan een grote klok.





De Argentijn Ernesto Ballesteros heeft een video gemaakt van zijn performance waarin hij een superlicht papieren vliegtuig rondjes laat vliegen door de ruimte van de hal. In trage bewegingen cirkelt het tere vouwsel rond om traag ter aarde te storten. Tedere poezie.





Morgen de Giardini met de landenpaviljoens. Ik ben benieuwd of de actualiteit weer meegaat.

Lezing van Bosch tot Bruegel in Nieuwerkerk

12 november Peter Thissen, lezing 'van Bosch tot Brueugel' 

kunsthistoricus, museumdocent van Museum Boijmans Van Beuningen

De tentoonstelling ‘De ontdekking van het dagelijks leven – van Bosch tot Bruegel’ bevat een selectie van politiek incorrecte schilder- en prentkunst van het hoogste niveau. Zo’n veertig zestiende-eeuwse schilderijen en eenzelfde aantal prenten worden uit belangwekkende particuliere en museale collecties naar Rotterdam gehaald voor deze tentoonstelling over zestiende-eeuwse genreschilderkunst, een nieuw thema in die periode. Schilderkunst werd voor het eerst losgekoppeld van religie of portretten: het dagelijks leven is de nieuwe inspiratiebron en satirische onderwerpen worden niet geschuwd. Geen keurig werkende burgers, maar oplichters, dronkenlappen en zotten in allerlei gedaanten.

Bibliotheek Nieuwerkerk a d Ijssel

Song Dong, Life is Art, Art is Life Groninger museum

Tijdens onze fietstocht langs het Pieterpad, dat gewoonlijk te voet wordt afgelegd, hebben we ook verschillende musea bezocht. Natuurlijk mocht het Groninger museum niet ontbreken. We zagen daar de tijdelijke tentoonstelling van de Chinese kunstenaar Song Dong (Beijing, 1966). Gewoonlijk vind ik de hedendaagse Chinese kunstenaars, hoewel ze door het Westen gretig omarmd worden, meestal beperkt door hun strijd tegen de politieke traditie in hun land.  Ze verhouden zich als een jonge rebelse generatie tegen de vervreemdende historie van onderdrukking en gebrek aan individualiteit. Song Dong past ook in deze traditie. Veel van zijn kunstwerken ademen een onderhuids verzet tegen de politieke dictatuur van zijn land en tegen de radicale modernisering die in China gaande is. Een wereldkaart opgebouwd uit duizenden snoepjes, een met veldbloemen begroeide heuvel van afval en een grasmat gemaakt van groene slagroom. Het zijn voorbeelden van het werk van Song Dong. In het Groninger Museum is zijn eerste grote solotentoonstelling te zien, bestaande uit video’s, installaties en fotografie. Song is een van de belangrijkste internationaal opererende Chinese kunstenaars van dit moment. Zijn werk wordt wereldwijd door toonaangevende instituten tentoongesteld. Song Dong werd traditioneel opgeleid in de schilderkunst. In 1989, na het Tiananmenprotest, stopt hij echter abrupt met schilderen om zich een paar jaar later te manifesteren met – voor Chinese begrippen – meer experimentele kunstvormen als performance, fotografie, video en installatiekunst. In zijn conceptuele werk onderzoekt Song thema’s als vergankelijkheid, vluchtigheid en verlies.

De tentoonstelling kreeg voor mij echter een persoonlijke dimensie door het autobiografische karakter van het werk in Touching My Father zie je een poging van de zoon om zijn overleden vader aan te raken door over de schaarse bewegende beelden van zijn vader op video de eigen handen van de kunstenaar te projecteren. Hoewel beide beelden ver uit elkaar liggen in de tijd en ze nooit gezamenlijk hebben plaats gevonden, ontstaat er in een intiem contact tussen vader en zoon. Voor mij oversteeg het kunstwerk het autobiografische van de kunstenaar en ging het verder dan de Chinese traditie en ging het over mijn eigen ervaring van het contact tussen vader en zoon. Mijn vader overleed plotseling toen ik 17 jaar oud was. Volop in de puberteit en met de aandacht buiten de familiekring, was ik met alles bezig behalve het contact met mijn vader. Met terugwerkende blik realiseer ik mij dat er een fysieke kloof gaapt tussen het contact als kind en het gemis als volwassen man. Ik herinner mij dat ik mijn vader heb aangeraakt op het sterfbed; een intieme handeling die ik weerspiegeld zie op de video in het Groninger museum.
Het is een statement over de relatie tussen vader en zoon en het taboe dat er ligt op lichamelijk contact. Het overbrugt hiermee tijd en ruimte en herinnerde mij aan mijn eigen proces van verdriet en gemis.

In een andere zaal verbeeldde Song Dong dit thema nogmaals in een werk waarin hij op grote videoschermen in de ruimte op de ene kant het beeld van zijn vader projecteerde en op de ander kant dat van hemzelf. De beelden werden echter verhit en verbrandde en smolten op een zeker moment en toonden daarna de onderliggende beelden van vader of zoon. Op die manier visualiseerde de kunstenaar de doorgaande lijn in de tijd tussen de generaties.

Het was stil in het museum en er was intens contact. En toen moest de fietstocht nog gaan beginnen.

De tentoonstelling Life is art, Art is life is nog te zien tot 1 novermber 2015

Mindful in het Museum

Mindful in het Museum 5 juli 2015

Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam

Aleksandra Domanovic heeft in de entreehal van het Boijmans in de ruimte die Sensory Spaces heet een aantal plastic sheets opgehangen. Op de plastic, transparante folie zijn inktjetprints te zien van skeletten die bevallig op kopieerapparaten en inktjeptrinters staan. De sheets zijn zo opgehangen dat de bedrukte kant maar van één zijde te bekijken valt. Je loopt als het ware door een labyrint van afbeeldingen.

De groep die vandaag de workshop volgde liep langzaam door dit labyrint heen. Steeds gefocust op het proces van lopen door letterlijk elke beweging van het lopen bewust te voelen, terwijl ze zich traag voortbewogen. Als toeschouwer bewoog je je als het ware door het tweedimensionale beeld heen.

Bij de workshops Mindful in het Museum kies ik steeds twee contrasterende kuntuitingen uit. In het eerste deel van deze bijeenkomt konden de bezoekers kiezen uit een werk uit de zaal met Vlaamse Primitieven. In het tweede deel bevinden ze zich dus temidden van het werk van Domanovic.

Door mindful te kijken kun je toestaan wat er in het moment gebeurt. De afbeeldingen kunnen allerlei emotionele reacties oproepen, of fysieke reacties die door emotie wordt aangezet. In dit geval was dat melancholie bij de een en merkte de ander dat afschuw zich in het borstgebied vastzette. Door deze gevoelens en sensaties toe te staan en er letterlijk bij stil te staan, gaat het kijken naar kunst over in het gewaarzijn van het moment. Het kunstwerk zet iets aan dat je je gewaar kunt zijn. En dat speelt zich altijd in het lichaam af.

Door de tijd te nemen merken de deelnemers aan deze workshops dat ze de stappen van kijken naar zien naar gewaarworden maken. En daardoor wordt kunt kijken een waar kunst beleven.

Op zondag 12 en 19 juli zijn de volgende bijeenkomsten.

Aanmelden via: http://www.boijmans.nl/nl/7/kalender/calendaritem/1745/mindful-in-het-museum

                                                          

 

 

 

 

Mindful in het Museum

Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam

Er is een groep van 20 personen verzameld in de Oude Bibliotheek in de catacomben van museum Boijmans. De groep is verschillend van leeftijd (de jongste is 9 jaar, de oudste ver in de 70). Ze komen vanuit het hele land om Mindful in het Museum mee te maken.

 

Beeldende kunst is een diffuus terrein waarin je gemakkelijk verdwaalt. De keren dat er in de populaire kranten over kunst geschreven wordt, gaat het over de financiële waarde ervan of over diefstal of vernieling. Kunst als fenomeen, kom je zelden tegen.

Bij Mindful in het Museum worden er in twee uur twee kunstwerken belicht. Er is geen afleiding, er wordt alle tijd besteed om twee kunstwerken volledig te ervaren.

Na een inleidend gesprek met mindfulnessoefeningen, gaat de groep naar de zaal van de Impressionisten.

Elke bezoeker kiest een werk in de zaal op intuïtie, onderdrukt de verleiding om op het begeleidend kaartje aan de muur te kijken en focust alleen maar op het werk. Dit kan een schilderij of een beeld zijn.

Dan ontstaat er de verbinding tussen toeschouwer en kunstwerk.

Onder begeleiding wordt het werk bekeken door te staren, te fixeren, door op details te richten of weer uit te zoomen. Langzaamaan wordt het fenomeen kijken betrokken bij de ervaring. Het kunstwerk spreekt nu als voorstelling, maar ook als stolling van verf of brons. Een van de bezoekers ervoer bijna fysiek de penseelbeweging van de maker, zag het werk als het ware onder haar ogen ontstaan.

De belangrijkste verbinding ontstaat echter op het moment als de lichaamservaring van de toeschouwer onderdeel wordt van de beleving. Wat gebeurt er in het lichaam? Kun je zien en tevens volledig bewust blijven van het lichaam. En kun je ervaren dat het kunstwerk aan de muur zich feitelijk in je lichaam bevindt? Dan loopt het kijken over in zien, in gewaarworden.

Het tweede kunstwerk in deze sessie was een klein beeldje van Ron Nagle op de tentoonstelling Chewing Gum Monuments. Omdat deze beelden een hoge graad van abstractie bezitten, wordt het oog gedwongen om het kunstwerk alleen als fenomeen te ervaren. Er is geen mimesis en de verbinding ontstaat spontaan in het lijf. De jongste deelneemster van 9 jaar ervoer in deze ervaring het verlies van haar oma. Het kunstwerk werd als het ware een grafmonument. Door deze verbindingen toe te staan, zonder inmenging van de mind, wordt het kunstwerk en de lichaamssensatie en de emoties van het moment een eenheid.

Ooit zei een deelnemer na de sessie: ’Ik heb er twee vrienden bij’.

Mindful in het Museum is een verfrissende beleving. Een bijzondere manier van kunst ervaren.

Er is nog een sessie op 5, 12 en 19 juli van 11.15u. tot 13.15u.

Aanmelden via: http://www.boijmans.nl/nl/7/kalender/calendaritem/1745/mindful-in-het-museum

 

 

Ooit stond ik in Parijs uren in de rij voor het Centre Pompidou om de meesterwerken van Matisse te gaan zien.

Die wachttijd bleef me gelukkig bespaard in Amsterdam waar in het Stedelijk 'De oase van Matisse' te zien is.

In een mooi chronologisch overzicht wordt de ontwikkeling van de schilder getoond die in de laatste jaren naar de schaar greep en meesterlijke collages gaat maken waarvan het Stedelijk het absolute topwerk destijds heeft aangekocht. Daar leidt de tentoonstelling uiteindelijk ook naar toe.' La sirene et le perroquet' hangt in de erezaal en spat als een feestelijke wolk confetti van de muur. Maar er is meer, veel meer. Het Stedelijk lardeert de ontwikkelingslijn van Matisse met de werken van tijdgenoten. En dat is bijzonder interessant. Je ziet hoe kunstenaars als van Gogh, Picasso en zelfs Rothko langs het werk van Matisse scheren, het aanraken en weer loslaten. Heel interessant om te zien.

Opmerkelijk detail is het werk van Olga Rozanova die al in 1915 collages maakt die dezelfde dynamiek uitstralen als de werken van Matisse later. Als we Alma Af Klint in de kunstgeschiedenis weggemoffeld hebben als eerst abstracte kunstenaar omdat ze een vrouw was, kunnen we zeggen dat Matisse in zijn werk schatplichtig was aan de Olga Rozanova. Ere wie ere toekomt.

Ga dat zien.De tentoonstelling loopt tot 16 augustus.

La la la Human Steps in Museum Boijmans Rotterdam

La la la Human Steps in Museum Boijmans van Beuningen

tot en met 25 mei 2015

Op een video uit 1970 van Vito Acconci zie je de kunstenaars geblindoekt tegen een muur staan. Met voorovergebogen lichaam straalt de spanning van hem af. Het hoofd staat schuin en toont de aandacht waarmee hij wacht op wat gaat komen. En dat vindt plaats in de ballen die buiten beeld naar hem toe worden gegooid. Geen van deze ballen kan hij echter vangen omdat hij verstoken is van het zien. Naarmate je langer kijkt wordt de hopeloosheid van de pogingen steeds duidelijker.

Acconci`s ‘Blindfolded Catching Piece toont in een notendop de essentie van de tentoonstelling La la la Human Steps. Het gaat over het menselijk tekort. Is deze video niet een metafoor voor de onmogelijkheid om de verrassingen van het leven voor te zijn? Zijn we niet allemaal gedoemd om het leven door ons heen te laten stromen en de ballen van het noodlot soms tegen ons aan te voelen?

De tentoonstelling La la la Human Steps is opgezet door Sjarel Ex, samen met Els Hoek. Maar ook andere conservatoren zoals Peter van der Coele en Francesco Stocchi hebben hun bijdrage geleverd.

De tentoonstelling was, in een iets andere vorm twee jaar geleden in Istanbul te zien. Toen waren er geen live dansperformances ingepland.

De naam van de tentoonstelling is ontleend aan de naam van het Canadese dansgezelschap ‘La La La Human Steps’ van de Marokkaanse choreograaf Édouard Lock. Op zaterdag 4 april zal het gezelschap ook een dans uitvoeren die speciaal voor de tentoonstelling wordt geschreven.

In de tentoonstelling zijn een aantal citaten verwerkt. Het thema is La condition humaine (André Malraux) in het Nederlands vertaald ‘het menselijk tekort’ of in het Engels ‘the human faith’. Grote menselijke thema`s volgens Ex die een beroep doen op zowel de intellectuele bagage van de toeschouwer alsook de levenservaring.

De collectie van het Boijmans is ten volle gebruikt, zowel in de omvang van 6 eeuwen, als de diversiteit aan beeldmiddelen. Op enkele bruiklenen na, zijn het allemaal werken uit eigen bezit. Het surreële is de onderliggende verbinding. De dans brengt het geheel in beweging.

Omdat er ruim 13 uur video te zien is, kan de bezoeker met het entreekaartje nog een tweede keer gratis terugkomen.

Van harte aanbevolen.

 

 

 

 

ALL door herman de vries in het Stedelijk Museum Schiedam

In mijn functie als CKV-docent met als taak het enthousiasmeren van pubers voor de schone kunsten, merkt ik dat met name de bèta-achtige leerlingen niet te charmeren waren voor de verbeelding en het schone. Eén leerling bleef hardnekkig op het evaluatieformulier onder de repetitie vermelden dat hij niets met kunst had en dat dat ook zo zou blijven. Totdat ik het minimalisme en met name het werk van Sol LeWit behandelde. Opeenvolgende reeksen die vanzelf patronen vormden. Opeens ging een wereld voor hem open. Met dit werk ontstond er een brug tussen kunst en wiskunde/informatica. Geduldig legde ik hem de kunststroming uit en hij mij de reeks van Fibonace en de toevalsberekeningen binnen de wiskunde.

Ik moest aan hem denken toen ik het werk van herman de vries bekeek in het Stedelijk Museum Schiedam. De roots van de vries liggen in de biologie. Als plantenkundige verlegde hij het onderzoek in de universiteit naar het onderzoek in het atelier. Hij ontpopt zich al snel tot de vormgever van de poëzie van de werkelijkheid. Hij toont de ogenschijnlijke toevallige pracht van de natuur. Hij legt drie blanco bladen onder de appelboom en conserveert respectievelijk na een uur, twee uur en drie uur het ontstane motief van afgevallen boombladeren. Hij wrijft diverse aardsoorten en houtskool van diverse houtsoorten uit op papier waardoor de mooiste kleurmotieven ontstaan.

Op een groot blad schrijft hij in diverse kleuren het woord ‘all’. De kleuren zijn in een op de natuur gebaseerde toevalligheid gebruikt. En de eindeloze rij woorden bedekt als een soort schors het blad. Tevens is het een soort mantra waarmee de vries zichzelf onderdeel maakt van een natuurlijk ritme: de poëzie van de werkelijkheid.

De vries doet zijn uiterste best om niet in te grijpen. Hij wil voorwerpen zonder betekenis maken. In de tijd van de Zero-beweging een lovenswaardig streven. Wel lastig om helemaal mee te gaan in het oeuvre van de vries. Net had ik het boek ‘Wat kunst is’ van de filosoof Danto gelezen die in dit boek probeert om binnen het modernisme tot een sluitende definitie van kunst te komen. En na Duchamp, Koons en Warhol, wordt dat een grote klus. Hij komt uiteindelijk tot de slotsom dat kunst ‘betekenisvolle voorwerpen’ zijn. En dat is lastig bij de vries. Waar is sprake van kunst als de vries betekenisloosheid tot doel heeft. Wanneer is het kunst en wanneer botanisme?

De vries schampt met zijn werk langs het zenboeddhisme, waarin het ultiem niets het eindpunt is. Af en toe brengt hij met zijn werk dat niets in beeld. Maar hij laat mij toch achter met de vraag ‘wat is kunst’? De vries houdt zich bij het volgende: “Kunst is niet definieerbaar. Elke definitie ervan is een beperking, maar voor mij hangt het samen met het onder woorden brengen van bewustzijn of met het proces van bewustwording”

In die zin was de laatste dag van het jaar een dag van bewustzijn.

De tentoonstelling is nog te zien tot 18 januari 2015. Tevens exposeert de vries in het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië.