Zoeken
  • Peter Thissen (kunsthistoricus)

Is kunst saai?




Op mijn reis naar Friesland zag ik op de heenweg de kans schoon om een bijzonder museum te bezoeken waar ik in de regel zelden kom, Museum Belvédère. Aan de rand van Heereveen ligt het museum verscholen in Oranjewoud in een parkachtige omgeving.

Al vaak heb in prachtige tentoonstellingen in dit museum aan mij voorbij moeten laten gaan vanwege de grote reisafstand. Dus, dit was mijn kans.

Deze keer had het Belvédère een tentoonstelling gewijd aan een van hun vaste kunstenaars, Jan Mankes. Onder de titel Jan Mankes – ‘De dieren en de ziel der dingen’ waren schilderijen, tekeningen en grafiek samengebracht die de passie van de kunstenaar voor dieren lieten zien.

In een tijd waarin de behoefte aan spektakel gevoeld wordt, velen missen de festivals en het woeste nachtleven, is de tentoonstelling een verademing. Veel mensen zullen de kunst van Mankes saai noemen. Een geit, een haan, een dood vogeltje, wat valt daar nou aan te beleven?

Laat mij een lans breken voor het saaie.

Kunst, en vooral schilderkunst wordt vaak verward met het doel om visuele weergaves van de realiteit te geven. Maar kunst bezet alleen maar de plaats van het ding, omdat de werkelijkheid als zodanig nooit kan worden voorgesteld. Ook Mankes pretendeerde niet een realistisch beeld van een geit of een dood vogeltje weer te geven. Hij kon ze pas afbeelden als hun ziel hem eigen was geworden. Daarmee overstijgt de afbeelding de realiteit en doet de kunstenaar een beroep op ons om met hem mee te kijken naar het bezielde Ding.


Jan Mankes (1889 – 1920 ) heeft in zijn korte leven, waarin hij leed aan tuberculose, niet alleen geworteld met deze ziekte, maar ook met het kunstenaarsvak. Als autodidact, hij heeft de academie nooit afgemaakt, heeft hij door te kijken zich een eigen stijl verworden. Hij keek naar kunstwerken in musea, maar nog meer naar de natuur die hem omringde. Hij heeft een tijdlang een atelier gehad in de omgeving van het museum.

En in dat kijken naar de natuur pelde hij laag voor laag af. In de schetsen op de tentoonstelling is goed te zien hoe hij details eindeloos uittekende om daaruit een keuze te maken. De uiteindelijk gekozen variant wordt dan laag over laag geschilderd, waarbij hij met puimsteen de lagen spiegelglad polijstte om daarover weer een laag te schilderen. Als we nu kijken naar de huid van het paard, kunnen we met onze ogen afdalen in deze ontstane kleurenrijkdom. En opeens is het geen paard meer, maar een zoektocht van een kunstenaar, laag na laag. Je wordt opgenomen in de kleuren die sferen worden en je meenemen in de weg die de kunstenaar heeft bewandeld op zoek naar de ziel der dingen.

Ik ben overtuigd dat goede kunst uiteindelijk altijd over jezelf gaat. In het kijken naar het paard van Mankes word ik vooral geconfronteerd met mijn eigen verleden. Ik kan in de kleuren, de geluiden horen, de ochtenddauw ruiken en me vereenzelvigen met het snuivende paard, zoals ik dat zo vaak heb beleefd. Nu neemt Mankes me bij de hand om de herinnering opnieuw te beleven en er de essentie in te zien.

Saai? Nee, spannend, opwindend, vetcool zoiets.

En daarna op doorreis, rij ik door het land van Mankes.

De tentoonstelling is nog tot en met 26 september te zien.





91 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven